We komen aan bij
een vrij nieuw gebouw, omringd door een hoge muur. Ik stap uit en druk op de
bel want vanuit dit huis is het onmogelijk te zien wie er buiten staat, dus
hier geen kinderen die door het hek staan te gluren om te zien of we er aan komen.
Er gaat een deur open en zuster Christina komt naar buiten. Geen non in habijt,
zoals ik half had verwacht. Ze draagt een blauwe denim rok, een blouse met
lange mouwen, heeft een sjaaltje om haar hoofd geknoopt en draagt een paar
kloeke sportschoenen (warme outfit lijkt me, het is 34 graden C). Met beide
armen omhoog loopt ze ons tegemoet. Een brede glimlach op haar gezicht. Elisabeth
wordt plat geknuffeld en dan ben ik aan de beurt.
Nog meer mensen
komen nu naar buiten. Abel, een van haar missionarissen en
Beatriz, de Spaanse vrijwilligster.
Het hek gaat nu open en we kunnen de
zwaarbeladen auto naar binnen rijden. Hek dicht. Deur dicht. We staan op een
binnenplaats. We horen opgewonden kinderstemmetjes. Zolang het buitenhek open
staat mogen ze het huis niet uit maar nu is er geen houden meer aan. Als een
kudde lammetjes dat in de wei wordt losgelaten rollen ze over elkaar heen om
ons te begroeten. Ze willen worden opgepakt en geknuffeld en als je gaat zitten
willen ze liefst allemaal tegelijk op schoot.
Deze kinderen zijn tussen de 1 en
6 jaar oud en de enige aandacht die ze krijgen is hier, in dit tehuis.
Ouderliefde krijgen ze niet en hebben ze nooit gehad. Sommigen zijn intern en
gaan nooit naar huis of naar een familielid omdat ze niemand hebben. Anderen
zijn extern en hebben een ouder of een oma waar ze slapen. Dan heb je nog een
aantal kindertjes die alleen in de weekends naar “huis” gaan. (Als ze al
opgehaald worden). Jeugdzorg of de instantie voor de Kinderbescherming in de
Dominicaanse Republiek eist dat kinderen die IEMAND hebben ook daadwerkelijk
naar huis gaan in de weekends. Hoe ze daar behandeld worden wordt niet gecontroleerd.
Abel vertelt ons later dat deze laatste groep ’s Maandags uitgehongerd terugkomt.
Op de vraag of ze het leuk hebben gehad krijg je nooit antwoord, vertelt hij, maar
ze vragen eerst om brood. Zelfs de allerkleinsten die nauwelijks kunnen praten,
kennen het woordje “pan” (brood). Op de vraag wat ze thuis te eten hebben gehad:
“ agua con azucar” (water met suiker) of alleen agua.
Alle bagage moet
nu worden uitgeladen en de koffers en tassen met donaties worden veilig
opgeborgen. Iedereen helpt met sjouwen. Ook de kleintjes. Ze willen allemáál
helpen !
Een dezer dagen moeten we er met Christina
even voor gaan zitten die alles zal verdelen.
Abel sjouwt onze
bagage naar boven. We slapen op de tweede verdieping waar de andere volwassenen
ook slapen. De kinderen slapen op de eerste etage samen met een van de dames
die om de 24 uur rouleren om te helpen bij de kinderen. De kamer is simpel en
schoon. Twee bedden met een stuk schuimrubber als matras en daarover een
hoeslaken.
We gaan douchen en de douches, net als de toiletten, de wasbakken en
de spiegels zijn op kleuterhoogte. Het is even aanpassen: tanden poetsen en optutten
doe je op je knieën en aan die toiletjes moet je ook even wennen, maar een
kniesoor die daarop let.
Opgefrist gaan we beneden naar de keuken waar de hele
leiding op ons zit te wachten met eten. Er staan schalen met bonen, rijst en
een Spaanse omelet plus een gigantische bak verse sla, tomaten en komkommer. En
dan branden de verhalen los. Ongelofelijk wat die mensen allemaal te vertellen
hebben en de dingen die ze meemaken!
In onze
slaapkamer is het 29 graden, de ramen staan wijd open maar er is geen zuchtje wind.
Abel komt met een ventilator aanzetten. Dat scheelt. Bij de buren staat een hond onophoudelijk te blaffen, maar zelfs dat weerhoudt ons niet prima te slapen.
Abel komt met een ventilator aanzetten. Dat scheelt. Bij de buren staat een hond onophoudelijk te blaffen, maar zelfs dat weerhoudt ons niet prima te slapen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten