REISLOGBOEK BARAHONA- Dominicaanse Republiek.


VAN DAG TOT DAG.

DAG 1







Deel van de bagage

Op 28 mei, in het holst van de nacht, komen we aan in Santo Domingo. Auto gehuurd waarin de omvangrijke bagage moet passen en uiteindelijk wordt het een 6-persoonsbusje waarvan de achterbanken kunnen worden neergeklapt. Acht koffers, 2 grote tassen en twee surfboards (ook een donatie) worden erin gepropt en dan is het zoeken naar het hotel waar we voor de eerste nacht gereserveerd hebben.

Bij het autoverhuur bedrijf krijgen we uitgebreid instructies hoe we het hotel, gelegen in het oude (koloniale) centrum, kunnen vinden. Elisabeth is hier vaker geweest maar in het donker, en met in het achterhoofd goedbedoelde waarschuwingen over “gevaarlijke buurten” is het dubbel uitkijken geblazen (denken wij). De mensen van het autoverhuurbedrijf moeten hier hard om lachen.. Slechte buurten haha. Overal is toch politie?
Met de kaart op schoot rijden we richting centrum. So far so good. De instructies kloppen gelukkig want de kaart is moeilijk te lezen maar midden in het centrum zitten we ineens op een donkere splitsing. Moeten we nou links – of rechtsaf? Rechtsaf dan maar en dat is de verkeerde richting want nu komen we in een wirwar van straatjes uit waar de armoede overduidelijk is. Langs de stoep staat een politieauto geparkeerd en de politieagent staat te praten met een voorbijganger. We stoppen en vragen de weg. De man begin een uitleg met verschillende opties en aan het eind van zijn verhaal biedt hij aan ons te begeleiden.
De agent klimt in zijn auto, zet een blauw zwaailicht aan en we volgen hem naar het hotel. Onderweg vragen we ons af hoe we de man moeten bedanken. Zou hij een fooi accepteren? Elisabeth vraagt hem bij aankomst of ze hem iets mag aanbieden. Dat mag. De 5 dollar wordt dankbaar in ontvangst genomen. Iedereen blij… 

http://dotillemans.blogspot.com BARAHONA KIDS

http://dollytill.wordpress.com Verleden en heden. Van alles wat.

2. Dag 2. Aankomst BARAHONA


VAN SANTO DOMINGO NAAR BARAHONA



Prima geslapen. Eerst even een nieuw kaartje gekocht voor in onze telefoons plus een week internet. De binnenstad doet me erg aan Havana denken, zelfs de geur die hier hangt veroorzaakt nostalgische gevoelens.
De mensen zijn vriendelijk en waar ik in de telefoonwinkel voor vreesde: de onverschilligheid en apathie die je - wat service betreft- in Panama vindt, is hier niet. We drinken nog een koffie op een soort terrasje, gaan verder met de sightseeing, worden veelvuldig aangesproken door mensen die ons een tour, reis, kunstwerk of ander object willen verkopen en worden overvallen door een tropische regenbui. 
Jammer. Deze koloniale wijk, de oude binnenstad, heeft veel interessants te bieden maar we moeten verder met de reis. Om half twee moeten we bij het hotel uitgecheckt zijn en dan vertrekken we richting Barahona. 

BARAHONA

Barahona ligt op ruim twee uur rijden van de hoofdstad, maar in werkelijkheid doe je er veel langer over. Sommige stukken van de weg zijn prima te doen maar je komt door dorpen en slecht onderhouden binnenwegen terwijl de rijstijl van de Dominicanen uniek is te noemen. Ik dacht in Panama en Cuba wel het een en ander te hebben meegemaakt op dit gebied maar hier verdienen ze de hoofdprijs. Er zijn weinig of geen auto’s op de weg die GEEN deuken hebben en vele zijn voor altijd het door de fabriek bedachte model kwijtgeraakt en vertonen een totaal nieuw design. Ook zijn auto’s en busjes zonder deuren eerder regel dan uitzondering. We houden keurig rechts maar het is helemaal niet gek als je ineens rechts gepasseerd wordt. Gewoon via een stukje berm. Ach.. het went snel maar het is wel dubbel uitkijken.
Verder sterft het van de brommertjes die ook, als ze maar even de kans krijgen, ook rechts en links passeren. Dit is hier een multifunctioneel vervoermiddel. Ze worden niet alleen als taxi’s gebruikt maar ook om goederen te vervoeren dus is helemaal niet gek als je zo’n brommer ziet rijden met daarop drie volwassen of twee volwassenen plus kinderen. Of je ziet sommige brommers zó volgeladen met tassen en zakken dat je de bestuurder niet meer ziet zitten.
Om een uur of vier stoppen we bij een grote supermarkt waar Elisabeth nog wat laatste boodschappen wil doen voor het tehuis. Zuster Christina heeft verteld dat de grote kinderen, die in een ander huis wonen, bijna zonder rijst zitten. Dus er wordt een grote baal rijst gekocht, worst, olie en nog meer basis-levensmiddelen. Er past inmiddels geen speld meer in de auto, maar nog ongeveer een uurtje en dan zijn we er. Ik ben benieuwd. Heb veel verhalen gehoord maar de werkelijkheid is meestal net even anders dan wat je je hebt voorgesteld.
AANKOMST BARAHONA
HABANERO 

Zuster Christina belt om te vragen waar we zitten. Er wordt afgesproken dat we eerst naar de wijk Habanero rijden waar de grotere jongens en meisjes gehuisvest zijn ( zie mijn blog "Barahona kids").




Er wordt de hele dag al met spanning op ons gewacht. En inderdaad: als we bij de jongens voor de deur stoppen rent iedereen naar buiten en we worden enthousiast begroet. De oudste jongen hier is net 16 geworden en de jongste 6. In totaal wonen hier 6 jongens.
Wat een enthousiasme. Na een emotionele begroeting laten de kleinere jongens ons zien wat ze allemaal gedaan hebben sinds het laatste bezoek van Elisabeth. De oudste staat wat schutterig achteraan en frommelt wat nerveus met een envelop. Op de vraag wat dat is begint hij te stralen en toont vol trots twee diploma’s die hij pas heeft gehaald op school. Inderdaad een goede reden om apetrots te zijn. Deze jongen had en heeft een leven waar menigeen de moed zou hebben laten zakken. Maar hij gaat door. 
We moeten meteen weer verder naar het huis waar de meisjes zitten, een paar honderd meter verderop, maar het nieuws dat we er zijn is ons vooruitgesneld. Een van de jongens is naar ze toe gerend en komt terug met een meisje van een jaar of tien. Beiden lachend, gillend en buiten adem. We nemen afscheid van de jongens, totaal overbodig, want ze lopen allemaal mee naar het meisjeshuis waar we worden bedolven onder een groep juichende, gillende meiden die allemaal willen knuffelen, onze hand willen vasthouden en tegelijkertijd om onze nek hangen om te zeggen hoe blij ze zijn. Dit zijn straatkinderen, misbruikte kinderen, zowel seksueel als anderszins, elk kind met een eigen verhaal en een verschrikkelijk verleden. Het ontroert me om te zien hoe ze ons en vooral Elisabeth onvoorwaardelijk lijken te vertrouwen. 

We moeten gaan zitten en meteen worden ons tekeningen en kleurplaten onder de neus geduwd die ze speciaal voor ons hebben gemaakt . Sommigen kunnen amper lezen of schrijven maar aan de krabbels te zien hebben ze hevige pogingen gedaan de eigen naam op het kunstwerk te zetten.


Tekeningen en kleurplaten worden bewonderd

Het feit dat Elisabeth haar moeder heeft meegebracht wordt als hoogst interessant ervaren en meteen wordt de vraag aan Elisabeth gesteld hoe ze me zullen noemen. “Wat denken jullie zelf” vraagt Elisabeth. Nou, tja. Moeilijke vraag.
Oma Dolly?...Mwah.. nou nee, tia Dolly dan? Jakkie bah, nee,  dat wordt afgekeurd. 
Dus wat dachten we van mama Dolly?  Ja ! Unaniem akkoord. 

Vanaf vandaag heet ik hier mama Dolly.
Net als de non Christina. Die wordt mama Christina genoemd. 
Er wordt nog even een foto gemaakt met bijna het hele stel, inclusief hun
Nog even een foto met mama Dolly
"huismoeders” en we gaan door naar het kindertehuis, acht kilometer verderop, waar zuster Christina, haar assistenten en vrijwilligers plus uiteraard alle kleintjes van nul tot zes jaar al op ons staan te wachten

.dotillemans.blogspot.com

Vervolg DAG 2: AANKOMST KINDERTEHUIS BARAHONA



We komen aan bij een vrij nieuw gebouw, omringd door een hoge muur. Ik stap uit en druk op de bel want vanuit dit huis is het onmogelijk te zien wie er buiten staat, dus hier geen kinderen die door het hek staan te gluren om te zien of we er aan komen. Er gaat een deur open en zuster Christina komt naar buiten. Geen non in habijt, zoals ik half had verwacht. Ze draagt een blauwe denim rok, een blouse met lange mouwen, heeft een sjaaltje om haar hoofd geknoopt en draagt een paar kloeke sportschoenen (warme outfit lijkt me, het is 34 graden C). Met beide armen omhoog loopt ze ons tegemoet. Een brede glimlach op haar gezicht. Elisabeth wordt plat geknuffeld en dan ben ik aan de beurt.
Nog meer mensen komen nu naar buiten. Abel, een van haar missionarissen en Beatriz, de Spaanse vrijwilligster.
 Het hek gaat nu open en we kunnen de zwaarbeladen auto naar binnen rijden. Hek dicht. Deur dicht. We staan op een binnenplaats. We horen opgewonden kinderstemmetjes. Zolang het buitenhek open staat mogen ze het huis niet uit maar nu is er geen houden meer aan. Als een kudde lammetjes dat in de wei wordt losgelaten rollen ze over elkaar heen om ons te begroeten. Ze willen worden opgepakt en geknuffeld en als je gaat zitten willen ze liefst allemaal tegelijk op schoot.
Deze kinderen zijn tussen de 1 en 6 jaar oud en de enige aandacht die ze krijgen is hier, in dit tehuis. Ouderliefde krijgen ze niet en hebben ze nooit gehad. Sommigen zijn intern en gaan nooit naar huis of naar een familielid omdat ze niemand hebben. Anderen zijn extern en hebben een ouder of een oma waar ze slapen. Dan heb je nog een aantal kindertjes die alleen in de weekends naar “huis” gaan. (Als ze al opgehaald worden). Jeugdzorg of de instantie voor de Kinderbescherming in de Dominicaanse Republiek eist dat kinderen die IEMAND hebben ook daadwerkelijk naar huis gaan in de weekends. Hoe ze daar behandeld worden wordt niet gecontroleerd. Abel vertelt ons later dat deze laatste groep ’s Maandags uitgehongerd terugkomt. Op de vraag of ze het leuk hebben gehad krijg je nooit antwoord, vertelt hij, maar ze vragen eerst om brood. Zelfs de allerkleinsten die nauwelijks kunnen praten, kennen het woordje “pan” (brood). Op de vraag wat ze thuis te eten hebben gehad: “ agua con azucar” (water met suiker) of alleen agua.
Sommige kinderen komen op de maandagmorgen niet terug. Waarom? Hun ouder of familielid is het “ vergeten”, heeft zich verslapen of is stoned. Zuster Christina houdt dan zo’n taxi-brommertje aan, klimt achterop en laat zich naar het onderkomen van het kind rijden om het op te halen. Van een huis kun je niet spreken. De mensen leven in hutjes van wat planken, palmtakken of golfplaten.
Alle bagage moet nu worden uitgeladen en de koffers en tassen met donaties worden veilig opgeborgen. Iedereen helpt met sjouwen. Ook de kleintjes. Ze willen allemáál helpen !
Een dezer dagen moeten we er met Christina even voor gaan zitten die alles zal verdelen.
Abel sjouwt onze bagage naar boven. We slapen op de tweede verdieping waar de andere volwassenen ook slapen. De kinderen slapen op de eerste etage samen met een van de dames die om de 24 uur rouleren om te helpen bij de kinderen. De kamer is simpel en schoon. Twee bedden met een stuk schuimrubber als matras en daarover een hoeslaken.
We gaan douchen en de douches, net als de toiletten, de wasbakken en de spiegels zijn op kleuterhoogte. Het is even aanpassen: tanden poetsen en optutten doe je op je knieën en aan die toiletjes moet je ook even wennen, maar een kniesoor die daarop let.

 Opgefrist gaan we beneden naar de keuken waar de hele leiding op ons zit te wachten met eten. Er staan schalen met bonen, rijst en een Spaanse omelet plus een gigantische bak verse sla, tomaten en komkommer. En dan branden de verhalen los. Ongelofelijk wat die mensen allemaal te vertellen hebben en de dingen die ze meemaken!
In onze slaapkamer is het 29 graden, de ramen staan wijd open maar er is geen zuchtje wind. 
Abel komt met een ventilator aanzetten. Dat scheelt. Bij de buren staat een hond onophoudelijk te blaffen, maar zelfs dat weerhoudt ons niet prima te slapen.


DAG 3. Ochtend. Kindertehuis

Ontbijt om 8 uur.

Op de keukentafel is alles klaargezet:  koffie, brood, boter en een bak  sla en komkommer.
Op het fornuis staat een enorme snelkookpan te sissen en te blazen.
De assistenten en zuster Christina zijn allang klaar met hun ontbijt en bezig met de kinderen.
De externe kinderen worden op dit moment gebracht en de interne kleuters zijn inmiddels gewassen en aangekleed. Opvallend is dat ze allemaal zindelijk lijken te zijn. Dit zijn peuters tussen de 1 en 5 jaar nota bene. Geen pamper te bekennen.



Als ze allemaal hun bordje pap op hebben wordt de vlag op de binnenplaats gehesen, ze gaan spelen of krijgen iets creatiefs te doen in het klaslokaaltje. Ook opvallend: er is geen materiaal om creatief mee te zijn. Ze doen iets met steentjes, leggen noten of mangopitten op een rij en met veel fantasie laten ze daarmee een treintje tuffen, ze leren tellen of er wordt een liedje gezongen.
Zodra ze elkaar beginnen te bekogelen is de les afgelopen en mogen ze buiten stoom afblazen. Er staan twee schommels en een plastic speelhuisje. Verder rennen ze rond en klimmen in de bomen als ze de kans krijgen maar nu wij op bezoek zijn willen ze vooral onze aandacht.
We hebben soms vijf of zes peuters tegelijk op schoot tot een van de begeleiders ingrijpt en ze met iets anders probeert af te leiden. Ik heb er op een gegeven moment twee op schoot, een derde die tegen mijn knieën aanhangt en twee aan weerskanten die zich krampachtig aan me vastklampen. Natuurlijk eindigt dat in vechten. De anderen willen ook.  Regelmatig wordt me gevraagd hoe ik heet. "Ik heet Dolly". Ernstig wordt de naam herhaald :..."O ja, Dolly".

Vervolg DAG 3. Habanero

Zuster Christina wil ons zoveel mogelijk betrekken in de dagelijkse gang van zaken, dus na een een lunch van  brood, bonen en salade, rijden we eerst  naar de wijk Habanero waar de jongens en meisjes wonen.
Bij de jongens moet iets geregeld  worden en daarna is ze van plan ons mee te nemen naar een Batey.

Het jongenshuis is leeg, op de huismoeder na, die net de lunch (rijst en bonen) heeft klaargezet. De jongens komen zo uit school zegt ze. En ja hoor..ineens zijn ze er allemaal. En niet alleen de jongens. De meisjes hebben de auto ook zien staan en er lopen een paar buurkinderen tussendoor.
Christina bespreekt iets met de huismoeder en wij worden meegesleept naar de tuin om kennis te maken met hun hond.

Tuin achter het jongenshuis
De benaming "tuin" is een understatement. Het huis ligt dichtbij de gipsfabriek en is meer een braakliggend stuk grond dan iets anders maar tussen de witte stoffige stenen en graspollen groeien zowaar planten. Tomatenplanten!
Niemand schijnt er iets mee te doen.
De taken liggen op de grond en de meeste tomaten zijn rot.  Elisabeth vertelt de jongens hoe ze ze de planten moeten opbinden en hoe ze de kleine zijscheutjes regelmatig moeten verwijderen.
Een schep hebben ze niet en de grond is keihard maar met een stok worden er gaten in de grond gehakt.  Boomtakken worden er in gestampt en we hebben nu steunen voor de planten. De struiken worden opgebonden met een paar stukken poetslap en voila.. een tomatentuin.

Tomatenplantjes ontdekt!



Rogelio stampt stokken in de harde grond om de
 tomaten op te kunnen binden
En nu opbinden.

















http://dotillemans.blogspot.com. BARAHONA KIDS
http://dollytill.wordpress.com. VERLEDEN EN HEDEN
http://yllodtill.wordpress.com. REIZEN

DE BATEYS

 

Een batey is een nederzetting waar oorspronkelijk arbeiders werden ondergebracht die op de suikerrietplantages en gipsmijnen te werk werden gesteld. Er werd gebruik gemaakt van uit Haïti geïmporteerde slaven. De mensen die er nu wonen zijn nakomelingen van die slaven plus Haïtianen die gevlucht zijn na de aardbeving in 2010 en wat Dominicanen. 
Van de Haïtianen heeft niemand een vluchtelingenstatus, laat staan een verblijfsvergunning. Ook niet diegenen die er al generaties lang wonen en er dus geboren zijn. Ze hebben geen rechten, geen uitkeringen, geen sociale verzekeringen en geen medische zorg.
Zuster Christina loopt al jaren de deur plat bij de diverse instanties om hulp en begrip te zoeken. En zij is niet de enige. Generaties lang proberen hulporganisaties al te bemiddelen bij om deze mensen een status te geven maar de Dominicaanse regering kijkt de andere kant op en wast  de handen in onschuld.

Een van de laatste opmerkingen die ze in Santo Domingo bij een instantie te horen kreeg was: “Haïtianen? Maar dat zijn toch geen ménsen?”

Christina vertelt dat er pas een volkstelling is gehouden, maar bij de bateys zijn ze opgehouden. “Ze houden hier “censos sin contar la gente” (volkstellingen zonder de mensen te tellen) merkt ze droog op.

Ook weet ze dat mensen hier nog worden opgehaald om als slaven te werken bij de beter gesitueerden(landbouw, gips-industrie enz.). Moderne slavernij dus.
En als je arm bent en hongerig is het voor sommigen zelfs een oplossing.
De bewoners leven in erbarmelijke opstandigheden in zelfgebouwde onderkomens waar ze met meerdere families wonen.  
Onderkomens in een Batey

Soms is het een lemen hutje maar meestal bestaat het "huis" uit een bouwsel van bamboestokken, plaatijzer en karton.
Er is geen riolering, geen stromend water en uiteraard ook geen elektriciteit. Er wordt geen vuil opgehaald en hulp van de Dominicaanse regering is er niet.


Na de aardbevingsramp in 2010  zijn er duizenden Haïtianen bijgekomen. Velen zijn wel weer teruggekeerd naar Haïti maar een groot aantal is blijven hangen. Vooral veel jonge mensen en kinderen.
Arm in Haïti of arm in de Dominicaanse Republiek.
Voor hen maakt het weinig uit.
Honger hebben ze overal.